Het bedrijfsbestuur in balans


Ze moeten winst maken, niet te weinig, niet te veel. Ze moeten innoveren, een fatsoenlijk loon betalen, mogen het milieu niet vervuilen en moeten als het even kan het klimaatprobleem helpen oplossen. De verwachtingen van ondernemingen vanuit de samenleving zijn hoog. Toch worden ze maar al te vaak teleurgesteld, laten recente voorbeelden rondom Tata Steel, Chemours en de recordwinsten van supermarktketens zien. Steeds vaker klinkt het geluid dat de wijze waarop het bedrijfsbestuur is ingericht hierbij van grote invloed is. Kan het ook anders?

Zijn er manieren het bedrijfsbestuur zo in te richten dat het álle belangen op een evenwichtig wijze behartigt: van aandeelhouder tot de bredere samenleving? Hoe ziet zo’n nieuw contract tussen samenleving en onderneming eruit? Met die opdracht kwam het Sustainable Finance Lab onder voorzitterschap van Jeroen Smit samen met Nyenrode Corporate Governance Institute en Impact Economy Foundation afgelopen donderdag 18 januari bijeen in de aula van het Academiegebouw te Utrecht. De opname van de bijeenkomst is hieronder terug te zien. 

Wie betaalt, bepaalt 

SFL-hoogleraar Rutger Claassen trapte af met een bespreking over de rol van corporate governance. Sinds de jaren ’90 ligt meer nadruk bij de rol van de aandeelhouder. Die vaart in toenemende mate een kortetermijnkoers gericht op winst. Dat gaat vaak ten koste van de andere stakeholders van het bedrijf – werknemers, samenleving, milieu of toekomstige generaties. Een recent rapport van Oxfam Novib bevestigt dit beeld: het vermogen van aandeelhouders neemt razendsnel toe, en accumuleert zich steeds meer rondom de rijkste toplaag. Dat zorgt voor ongezonde machtsconcentraties. 

Aandeelhoudersdominantie

In het huidig dominante aandeelhouderskapitalisme heeft de aandeelhouder zowel zeggenschaps- als winstrecht. De aandeelhouder heeft recht op de winst maar is door beperkte aansprakelijkheid niet aansprakelijk voor de schulden van de onderneming. En dat heeft als voordeel dat er risicobereidheid en een grote prikkel tot innoveren is. Geen redenen om afscheid te nemen van ondernemingen dus. Tegelijkertijd zorgt die beperkte aansprakelijkheid ervoor dat risico’s en maatschappelijke kosten worden afgewenteld. Die verhouding is inmiddels zo ver uit balans dat het noodzaak is te zoeken naar modellen waarin de belangen van overige stakeholders beter behartigd worden. 

Stakeholderkapitalisme 

Dat kan op tal van manieren, van radicaal tot minder radicaal. De kern van al die ideeën is dat een bredere groep stakeholders vertegenwoordigd wordt in het bedrijfsbestuur. Weg 1 is de revolutie van de aandeelhouder, waarbij de aandeelhouder zich als representant van de bredere samenleving opstelt. Een tweede weg is het belang van stakeholders meer in het hoofd van de bestuurder brengen, bijvoorbeeld via nieuwe wetgeving of de corporate governance code. Weg 3 is daadwerkelijk zeggenschap geven aan stakeholders, bijvoorbeeld via de maatschappelijke raad, waartoe Nicolette Loonen een oproep deed. Een stap verder is om stakeholders niet alleen zeggenschaps- maar ook winstrecht te geven. Er zijn bedrijven die bewust kiezen voor dergelijk steward ownership, liet Gijsbert Koren zien. In Denemarken bijvoorbeeld hebben relatief veel grote bedrijven zo’n model, denk aan het beroemde voorbeeld Karlsberg.   

De praktijk is weerbarstig 

Alle goede initiatieven ten spijt, er klinkt ook kritiek. Jan Ernst de Groot (Ahold Delhaize) benadrukt de grillige realiteit van de beurs: aandelen wisselen snel van handen. Ook ziet hij een ander sentiment in de Angelsaksische markt. Voor grote corporates is het uiteindelijk de wettelijke basis die telt. Hij is dan ook kritisch op nog meer vrijblijvende initiatieven en benadrukt het belang van mandatering. Pensioenbestuurder Anne Gram ziet dat pensioenfondsen hun fiduciaire verplichtingen inmiddels veel breder opvatten dan enkel pensioenrendement in de financiële zin maken. Die stellen zich vaker op als universal owner, maar snel genoeg gaat het nog niet. Rutger roept banken en pensioenfondsen dan ook op nog veel actiever te sturen op governance in hun rol als aandeelhouder. 

Nood breekt wet 

Naast de genoemde initiatieven wordt ook het uitbouwen van de stichting continuïteit als vruchtbaar idee geopperd. Zo’n stichting heeft elk groot bedrijf en heeft als enige doel het bedrijf te beschermen tegen een vijandige overname. Kan het mandaat worden uitgebreid om ook duurzaamheid te waarborgen? Triodos voorzitter Jeroen Rijpkema denkt van wel en ziet dat Triodos zoiets ook al in huis heeft met de Stichting Administratiekantoor Aandelen Triodos Bank (SAAT).  

Uit zaal klonk het van radicaal tot pragmatisch. Zo klonk er pragmatisch hoop over de recent ingevoerde rapportageverplichting (CSRD). Maar er waren ook radicalere oproepen om het eigendomsrecht zoals bepaald in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens maar eens grondig te wijzigen. De consensus van de avond was dat de zeggenschapsmacht van de aandeelhouder moet worden ingeperkt willen we de duurzaamheidstransitie versnellen. 

SFL-oprichter Herman Wijffels sluit af met indringende woorden: we moeten ons opmaken voor een exodus uit de industriële maatschappij. Het financieel kapitaal moet menselijk en natuurlijk kapitaal gaan dienen. Het ongeduld klinkt door: alles is al gezegd en alles is al bedacht, maar nu is de tijd van doen.