Geldlessen


“Veertig, ik zie veertig, wie biedt meer?” Boven een vastberaden blik schiet een kinderhand omhoog: “Vijfenenveertig!” “Vijfenveertig bonkies, wie meer, eenmaal, andermaal, verkocht!”

Jon blijkt een geboren veilingmeester. De veiling is in volle gang, de bonkies wisselen van eigenaar in een snelheid en hoeveelheid die in de voorafgaande weken niet is voorgekomen. En dat wil wat zeggen. Want met de bonkies werden chocolaatjes gekocht, werden brave kinderen beloond, kon gegokt worden en moest belasting worden betaald. Een week na de introductie van de bonkies was er een veilinghuis, een advocatenkantoor, een kaartenclub, een tekenclub met de mogelijkheid tot tekenles, een uitgeverij van stripboeken, een politiebureau en ja, een bank. Er waren werkgevers, werknemer, contracten en patenten.

Lees verder →